Interview met Robin Wolfers (Serie Herstel)

door 8 april 2019interview, Nieuws

We laten je in de komende tijd om de twee of drie weken middels interviews op het Cliëntenplein van de RIBW Nijmegen Rivierenland kennismaken met mensen die een begin gemaakt hebben met hun herstel en ook met hen die die weg al deels hebben afgelegd. Deze mensen hebben de moed getoond om te vertellen over hun problemen, over hun dieptepunten en de ommekeer waardoor ze zijn gaan werken aan hun herstel. Niet alleen de donkere kant komt aan bod, het gaat ook over hoop, dromen en ambities. Betekenis geven aan datgene wat hen overkomen is, is een belangrijk element in het herstel.

Interview en tekst: Roos Nagtegaal en Peter Hoek van Dijke

IV (interviewer): Stel je zelf voor (naam, leeftijd, wat doe je in het dagelijks leven, hobby’s, hoe woon je)
RW: Mijn naam is Robin Wolfers, ik ben 35 jaar oud en ben op het moment werkeloos. Ik volg nu de cursus Wijzer Werken met Eigen Ervaring (WWME) omdat ik in de toekomst ervaringsdeskundige wil worden, maar ook begeleider van jongeren om mijn verhaal mee te geven en daarmee te voorkomen dat ze het verkeerde pad op gaan. 

Mijn hobby’s zijn muziek, film kijken met vrienden en mijn hond. hardlopen en boksen.

IV: Welke cursus heb je gevolgd bij Team Herstel en wanneer?
RW: De WRAP (Welness, Recovery Action Plan) in april 2018, nu WWME.

IV: Wat heb je ontdekt tijdens het volgen van de cursus?
RW: Bij de WRAP ontdekte ik dat ik verder was in mijn herstelproces dan ik eigenlijk dacht. Ik vond het minder zwaar dan vooraf was aangegeven, en wat ik leerde kan ik ook bij mezelf en anderen toepassen en dat geldt eigenlijk ook voor de WWME. Toevallig die weekend nog komt een volkomen vreemde naar mij toe uithuilen en vertelt dat een goede vriend overleden was. Onbewust ging ik al in de andere rol (van ervaringsdeskundige) en dat vond ik mooi en heel bijzonder.

IV: Heeft dat bijgedragen aan je herstel en op wat voor manier?
RW: Ik haal veel voldoening uit het helpen van andere mensen. Ik kijk niet zozeer naar mijn eigen problemen. Ik vind het leuker om mensen die een probleem hebben verder te helpen. Dat geeft me zoveel voldoening, waardoor ik mezelf beter ga voelen. Op die manier helpt het ook bij mijn eigen herstel. Ik heb veel moeite met mijn moeder en haar denkwijze en daar heeft de WRAP bij geholpen. Het geeft mijn moeder rust als ze weet dat ik bezig ben met een cursus of therapie. Dan ben ik bezig met mijn herstel. Daarom hoeft ze zich niet zo bezorgd om mij te maken.

Met mijn ADHD is het vooral sparren met andere ADHD’ers en ook met de deelnemers aan WRAP-cursus en hoe zij ermee omgaan. Ervaringen uitwisselen werkt het beste voor mij.

IV: Op welke manieren heb je zelf de verantwoordelijkheid genomen voor je welbevinden?
RW: Stoppen met drugs, voor mezelf opkomen. Dat laatste was wel een heftig ding, ik liet altijd over mezelf heenlopen, totdat ik een burn-out opliep. Toen kwam er op een bepaald moment een oerkreet uit mezelf opzetten: DIT NOOIT MEER! En sindsdien ben ik voor mezelf gaan opkomen. In het begin was dat vooral tegen mijn vrienden, heel grof verbaal geweld, schelden omdat dingen mij niet aanstonden. Ik moest erg aan mezelf werken om te leren ‘dimmen’, wat gematigder voor mezelf opkomen en niet zo explosief, moest daar een balans in vinden, niet te hard, niet te zacht, maar precies ertussen in. Daardoor voel ik mezelf sterker in het leven staan, krijg ik veel meer gedaan wat ik zelf wil. Bij het gebruik van drugs voel je je op de dag zelf superman of heel erg ‘kut’, meestal wel goed, en in de dagen daarna voel je je zo erg brak en breekt je zelfvertrouwen en zelfbeeld af. Ik sloot me op in mijn woning en kwam niet meer naar buiten en zag mijn vrienden niet meer. Dat werkte niet mee. Door het stoppen van de drugs was ik weer vrolijk.

IV: Wat heb je overwonnen in je herstelproces? Ben je er ook wijzer van geworden? Wat dan?
RW: Het voor mezelf opkomen, druggebruik heb ik overwonnen. Verder een betere relatie met mijn ouders, betere relatie met mijn vrienden, ook vrienden die wat verder van mij afstonden zijn dichterbij gekomen, met name vanwege het feit dat ik meer zelfvertrouwen had gekregen en mezelf meer heb uitgesproken. Mijn netwerk aan vrienden is in elk geval groter geworden en dat is heel erg fijn. In plaats van maar twee mensen kennen die met in de drugswereld zitten waardoor het risico om terug te vallen heel groot is, is het nu heel fijn dat bik ook andere mensen ken. Ook ben ik gaan sporten, dat durfde ik eerste niet. Ik was heel onzeker over mezelf. Ik dacht:’Ik kan niks, het lukt me niet’. Ik ben gaan sporten en ik kwam in een groepje terecht die me heel erg motiveerde, en zelfvertrouwen gaf. Me laten zien dat ik wel wat kan, en wel wat ben. Dat ik er mag zijn op de wereld. Ik boks en ik loop hard. Sowieso werkt dat met mijn ADHD. Sporten heeft me van mijn medicatie afgeholpen. Mijn energie uitgevlakt. Het heeft ook geholpen met opkomen voor mezelf. Door het boksen heb ik meer zelfvertrouwen gekregen en mijn lichaam beter leren kennen.

IV: Aan wie of wat heb je steun gehad tijdens je herstel? Vertel daar iets over.
RW: Aan mijn begeleiders. Ik volg een IPS werktraject, naar betaald werk. Mijn IPS-begeleider is de hele periode mijn steun en toeverlaat geweest. Hij heeft me geholpen met hardlopen in het begin om de deur uit te komen. Zelfvertrouwen op te kweken om op de werkvloer te komen. Iemand anders waar ik steun aan heb gehad is mijn persoonlijke begeleiders. Ze waren er gewoon voor mij. Ik kon mijn ei kwijt over de dagelijkse problemen. Als ik ze belde waren ze er altijd voor mij. Ze kwamen gelijk naar me toe en deden of zeiden iets. Wat ze deden is luisteren en er voor me zijn. Ze hielden me een spiegel voor. Ze zeiden niet wat ik moest doen, of het beste voor me was. De ideeën moesten echt uit mezelf komen. Ik weet het voor een ander wel goed te zeggen, maar pas het niet op mezelf toe. Mijn begeleiders wezen mij erop om mijn eigen oplossingen toe te passen. Ik vind het nog steeds moeilijk om goede ideeën op mezelf toe te passen. Het belangrijkste is dat ze er voor mij zijn, luisteren en een spiegel voorhouden.

Ik heb ook steun gehad aan mijn moeder, ondanks onze meningsverschillen. Ik kan altijd bij haar terecht. Moeders zijn er altijd voor je, lang leve de moeders.

Ik heb ook steun gehad aan mijn middelste broer, mijn beste vriend eigenlijk. Altijd al geweest. Ik ben veel gepest op school en hij is altijd voor me opgekomen. Hij is ook mijn partner in crime geweest met drugs en alles erop en eraan. Hij is er eerder vanaf gekomen dan ik. Ik heb me wel aangemeld bij drugshelpverlening, maar of het paste niet of er was een lange wachttijd. In de tussentijd ben ik er zelf vanaf gekomen.

IV: Wat geeft je hoop?
RW: Mijn hond geeft me hoop. Mijn broer en moeder. Wetende dat er een paar vrienden in mijn leven zijn, die wat er ook gebeurd altijd voor me klaar staan. Het hele verhaal van mijn herstel geeft me hoop. Hoe diep je ook kunt zinken, tegen de grond aanzit, je kunt er altijd uitkomen. Het is alleen keihard knokken. Maar wetende dat het altijd weer goed kan komen dat geeft me wel hoop.   

IV: Op welke manier kom je op voor jezelf?
RW: Door me uit te spreken, door mijn mening niet onder stoelen of banken te steken. Door het gewoon te zeggen, wel op een respectabele manier. Maar je mag wel je eigen mening geven en bij jezelf blijven.

IV: Heb je dromen en ambities? Vertel er iets meer over.
RW: Ik wil graag jongeren helpen. Ik ben veel gepest geweest daardoor ben ik aan de drugs geraakt, kleine criminaliteit. Dat gebeurde in de pubertijd, dan denk je nog, lang leve de lol en niet aan de problemen die dat later oplevert. Je beseft niet dat je verslaafd kunt worden, je strafblad in de toekomst je werk kan beïnvloeden. En vrienden die je meetrekken daarin. Mijn doel is om jongeren dit te vertellen op de basisschool. Zo van kijk uit. Probeer van mijn fouten te leren. Je moet van je eigen fouten leren, maar probeer alvast ook van mijn fouten te leren. Ik kan niet de wereld redden, maar als ik een iemand kan bewegen dan is mijn doel bereikt.   

IV: Waar ben je het meest dankbaar voor in je leven?
RW: Dat is een goeie. Dit vind ik een hele moeilijke vraag. Als ik zo terugdenk dan denk ik toch wel aan mijn moeder die veel met me heeft meegemaakt, maar me nooit heeft laten vallen. En ook mijn broer. En er is een vriend bij, die heeft me ook nooit laten vallen ook al had hij daar honderdduizend keer de mogelijkheid en reden toe. Hij heeft me zelfs in huis genomen.  Ik denk dat ik ook wel mijn vader moet noemen. Hij is gestorven op 55-jarige leeftijd. Dat heeft me heel veel pijn gedaan. Hoe ik erop terugkijk is dat hij me wel wat dingen geleerd heeft. De band die ik de laatste vijf jaar met hem had was gewoon bijzonder. Daar ben ik mijn vader ook wel heel erg dankbaar voor.

IV: Wat vond je van het beantwoorden van deze vragen waarbij je teruggaat naar het verleden en ook kijkt naar de toekomst?
RW: Ik vond het op zich best wel diep gaan, hoe ik antwoorden moest geven. Maar als ik kijk naar de toekomst dan ziet de toekomst er wel rooskleurig uit. Ik kijk ook wel uit naar de toekomst hoe het nu gaat. Ik kan de toekomst niet voorspellen, het kan natuurlijk ook hartstikke mis gaan met mij, maar zoals het er nu voorstaat ziet het er goed uit. Maar als ik kijk wat ik overwonnen heb, kan ik niet anders dan trots op mezelf zijn. Ook al voel ik de trotsigheid niet hoor. Ik ben niet zo’n persoon die hééél erg trots op zichzelf is. In de toekomst gaan we lekker de Capabel (MBO-opleiding) doen: begeleider specifieke doelgroepen.  

 

 

Klik hieronder voor de reeds geplaatste interviews in deze serie (Herstel):

Postadres
RIBW Cliëntenplein
Graafseweg 250
6532 ZV Nijmegen

T 06-542 41 906
E redactie@ribw-clientenplein.nl