Al een tijdje schrijf ik niets af. Waarom weet ik niet. Het is niet dat ik me niet meer verwonder over het landschap en de mensen om me heen.

Het voelt echter aan als een druppel in een grote oceaan van de bijna 8 miljard zielen die deze magische blauwe bol rijk is.

Alles wat ik bedenk lijkt zo vanzelfsprekend al eerder bedacht door een ander.

Als hij kon toveren kwam alles voor elkaar. Als hij kon toveren was niemand de sigaar. Als hij kon toveren, kon toveren, kon toveren, kon toveren dan hielden alle mensen van elkaar.“*

En als ik kon toveren, dan betoverde ik jullie allemaal met dit onafgemaakt verhaal.

Door Libert

* Toveren, Herman van Veen 1987