Het is begin november en de wintertijd rukt nadrukkelijk op. De tijd dan wel te verstaan. Het weer is wat anders. Het is een prachtige dag en aangenaam mild. Wat inmiddels ook weer met gemengde gevoelens ontvangen wordt. Iets met het klimaat, geloof ik. Ik loop langs een klein plantsoen, aangelegd ten behoeve van de vele bewoners van de aanleunende flats. Onder een boom van middelbare leeftijd ligt een onopgemaakt matras met een onbekende bestemming. Zou het de rustplaats zijn van een minder bedeelde? Was de matras de eigenaar onwaardig geworden?

10 jaar geleden had een student in Nederland het lumineuze idee om het slapend rijk te worden letterlijk in beeld te brengen door live op zijn website voortdurend in bed te zijn. Ik weet niet hoe lang hij het nog volgehouden heeft, maar ik heb de stellige indruk dat hij inmiddels het bed wel heeft verlaten.

Misschien is het dat matras wel, juicht de stadsjutter in mij. Een object voor de verzameling curiositeiten van de 21e eeuw. Misschien kan ik er nog een habbekrats voor krijgen en anders is het ook goed.

Ik geeuw nog wat en loop verveeld door. Slapend rijk worden, het zal wel. Ik word liever uitgerust wakker. Als kind droomde ik wel van een vliegende bed waar ik behaaglijk onder de dekens over land en zee mee vloog. Ongetwijfeld geïnspireerd door de Nederlandse serie “Kunt u mij de weg naar Hamelen vertellen, meneer”.

Dat slapend rijk worden een gegeven is, wordt wat makkelijk overheen gekeken. En soms kan een matras al genoeg zijn om daar mee te beginnen.

Door Libert